Moordpuzzels

Moordraadsels met antwoorden: tien zaken om zelf op te lossen

Door Moordpuzzels ·

Tien genummerde kaartjes in twee rijen, elk dubbelgevouwen zodat de onderkant verborgen blijft.

Hieronder staan tien korte moordraadsels met de oplossing erachter. Ze zijn allemaal eerlijk: het antwoord volgt uit iets wat in de tekst staat, je hoeft nooit iets te weten wat er niet bij vermeld is. Lees de zaak, denk na, en klap dan pas het antwoord uit.

Bijna elke zaak draait om hetzelfde: iemand zegt iets wat hij niet had kunnen weten, of beweert iets wat niet klopt met een detail dat verderop staat. Wie dat patroon eenmaal ziet, lost de meeste raadsels van dit type binnen een minuut op.

1. Het telefoontje

De politie belt mevrouw De Vries met de mededeling dat haar man dood is aangetroffen. Ze barst in tranen uit en vraagt: “In het park, hè? Ik heb hem nog zo gezegd dat hij daar ’s avonds niet moest lopen.” De rechercheur arresteert haar diezelfde dag. Waarom?

Oplossing: de politie had alleen gezegd dát hij dood was, niet waar. Zij noemt de plek uit zichzelf.

2. Zeven uur in december

Een buurman verklaart dat hij op 14 december om zeven uur ’s ochtends langs het huis liep en door het slaapkamerraam zag dat het slachtoffer op de grond lag. Hij is meteen gaan bellen. Waarom klopt zijn verhaal niet?

Oplossing: half december is het om zeven uur ’s ochtends in Nederland nog donker, en er brandde geen licht in die kamer. Van buiten kon hij niets zien.

3. De paraplu

De verdachte zegt dat hij de hele avond thuis is geweest en de deur niet uit is gegaan. In de gang staat zijn paraplu, nog nat. Het heeft die avond precies één keer geregend, tussen kwart over negen en tien uur. Wat weet je nu?

Oplossing: hij is tussen kwart over negen en tien uur buiten geweest. Dat is precies het half uur waarin de moord is gepleegd.

4. Eén spoor in de sneeuw

Een vakantiehuisje staat afgelegen in verse sneeuw. Er loopt één spoor van voetstappen naar de voordeur toe, en geen enkel spoor terug. De buurman verklaart dat hij naar binnen is gegaan, het slachtoffer heeft gevonden en meteen is teruggerend om hulp te halen. Wat is er mis?

Oplossing: als hij naar binnen ging en weer wegrende, hadden er twee sporen moeten liggen. Er is er één, dus wie dat spoor maakte is niet meer naar buiten gelopen, of is achterwaarts teruggelopen in zijn eigen voetstappen.

5. De ongeopende post

Een man wordt maandagochtend dood gevonden in zijn woning. Zijn zus zegt dat ze hem zondagavond nog gesproken heeft en dat alles goed was. Op de deurmat ligt de post van zaterdag én die van maandag, allebei ongeopend. Waarom is dat vreemd?

Oplossing: de post van zaterdag ligt er nog. Iemand die zondagavond nog thuis rondliep, was over die stapel heen gestapt en had hem opgeraapt. Hij was zaterdag al dood.

6. De volle asbak

Het slachtoffer rookte niet en liet niemand roken in huis; dat bevestigt iedereen. Op tafel staat een asbak met elf peuken. Twee ervan zijn van een ander merk dan de rest. Wat leid je hieruit af?

Oplossing: er zijn twee bezoekers geweest, geen één, en ze zijn er lang genoeg geweest om samen elf sigaretten te roken. De twee afwijkende peuken horen bij de tweede persoon.

7. Het verkeerde woord

De rechercheur vraagt aan drie collega’s van het slachtoffer of ze hem goed kenden. De derde antwoordt: “Redelijk. Maar ik heb hem echt niet geduwd, hoor.” Waarom is dat een probleem?

Oplossing: er is niet verteld hoe het slachtoffer om het leven is gekomen. Hij weet dat er geduwd is.

8. Twee koppen thee

Op de salontafel staan twee koppen thee. De ene is leeg, de andere nog helemaal vol en koud. De huishoudster zegt dat er die middag niemand op bezoek is geweest. Wat weet je?

Oplossing: er was wel bezoek, en dat bezoek heeft niets gedronken. Wie thee inschenkt voor iemand die niet komt, schenkt geen tweede kop in. Wie zijn thee laat staan, wilde weg of durfde niet te drinken.

9. De opgeruimde werkkamer

Het slachtoffer stond bekend als chaoot; op elke foto van zijn werkkamer ligt papier tot op de grond. Als hij dood wordt gevonden, is het bureau leeg op één ding na: een afscheidsbrief, keurig in het midden. Wat valt op?

Oplossing: iemand heeft opgeruimd. Een man die zijn hele leven niets opruimt, gaat dat op zijn laatste avond niet alsnog doen; de brief is neergelegd door iemand die wilde dat hij gevonden werd.

10. De sleutel aan de binnenkant

De deur was op slot en de sleutel zat aan de binnenkant in het slot. Toch is het geen zelfmoord. De rechercheur kijkt naar de vloer en weet genoeg. Wat zag hij?

Oplossing: een krant of een vel papier onder de deur. De dader schoof dat eronder, duwde de sleutel van buitenaf uit het slot zodat hij op het papier viel, en trok het papier met sleutel en al onder de deur door naar buiten. Daarna kon hij van buiten afsluiten en de sleutel terugleggen. Ligt het papier er nog, dan is de truc halverwege blijven steken.

Waarom deze raadsels allemaal hetzelfde zijn

Kijk je terug, dan vallen ze in drie groepen uiteen. Bij nummer 1 en 7 zegt iemand iets wat hij niet kan weten. Bij 2, 3, 4, 5 en 10 klopt een fysiek gegeven niet met het verhaal: licht, water, sneeuw, post, een sleutel. Bij 6, 8 en 9 laat de plaats delict zien dat er iemand is geweest die er volgens de verklaringen niet was.

Dat zijn ook precies de drie dingen waar je naar zoekt in een langer raadsel. Loop ze in die volgorde af: wie weet te veel, wat kan fysiek niet, en wie is hier geweest zonder dat iemand het zegt. Meer uitleg daarover staat in zo vind je de leugen in een alibi.

Waar je er meer vindt

Wil je er tientallen achter elkaar, dan is een puzzelboek goedkoper dan losse raadsels op internet en beter geredigeerd. Er zijn twee soorten. Boeken met korte zaken zoals deze, waarin je per raadsel vijf tot tien minuten bezig bent, en boeken met rasterpuzzels waarin je een tabel invult; dat laatste heet een logicapuzzel en kost eerder een half uur per stuk.

Begin bij het eerste soort als je twijfelt. Een boek met korte zaken van rond de vijftien euro laat je binnen een avond weten of dit genre je ligt, en je hoeft er niets voor te leren.

Veelgestelde vragen

Zijn deze raadsels geschikt voor kinderen?

De meeste wel, vanaf een jaar of tien. Er komt geen enkele beschrijving van geweld in voor; het gaat om een tegenstrijdigheid in een verhaal. Nummer 10 is het lastigst omdat je je een handeling moet voorstellen.

Hoe lang doe je over zo een raadsel?

Een tot vijf minuten per stuk. Ken je het patroon eenmaal, dan gaat het sneller: bijna elk raadsel van dit type draait om iemand die te veel weet, een fysiek detail dat niet kan, of een spoor van iemand die er niet zou zijn geweest.

Wat is het verschil met een logicapuzzel?

Een raadsel heeft een verhaal met een tegenstrijdigheid erin en je vindt hem in een paar minuten. Een logicapuzzel is een raster dat je invult met aanwijzingen en dat kost eerder een half uur. De denkstap is anders: zoeken tegenover systematisch wegstrepen.

Mag ik deze raadsels ergens anders gebruiken?

Voor een spelletjesavond, in de klas of op een verjaardag: ga je gang. Overnemen op een andere website liever niet zonder bronvermelding en een link hiernaartoe.

Zelf oefenen

Techniek leer je door hem te gebruiken. In de logicapuzzelboeken staan tientallen rasters achter elkaar, van een paar minuten tot een half uur per stuk.

Alle logicapuzzelboeken bekijken